Ode aan het Rode,
aan de onderkoelde woede ook
van het getemde Zwart.
Dit gedicht is langzaam ontstaan. De titel had ik al.
De tentoonstelling heet nu zo: ‘Ode aan het Rode’.
Af en toe overweeg ik er een vraagteken achter te zetten.
Ode aan het Rode?
Waarom?
Omdat je het rode moeilijk kunt opvatten als een neutrale kleur – wij mensen geven er immers al heel gauw een betekenis aan – maar ook omdat de kleur rood een nogal dwingende kleur is. Denk aan de kleur van ons bloed, aan de rode roos, de rode vlag, de rode ondergaande zon. En het rode stoplicht natuurlijk. Om over andere rode signalen maar te zwijgen.
Er schuilt veel dubbelzinnigheid in kleuren, zeker als je bedenkt dat die waardering ook per cultuur kan verschillen. Rood is de kleur van verlegenheid – denk aan de welsprekende blos – en die van schaamte. Ook de tegenstelling, zo noem ik het tenminste, tussen zwart en rood suggereert het een en ander. Het zij zo. Dat maakt de tekeningen des te aantrekkelijker, tenminste in mijn ogen.
‘In veel culturen symboliseert rood zowel de dood als het leven – een prachtige, maar verschrikkelijke paradox. Als moderne metafoor staat rood voor woede, vuur, de stormachtige gevoelens van het hart, liefde, de god van de oorlog en macht. Deze concepten werden vroeger heel goed begrepen. In de taal van de Comanches betekent het woord ekapi zowel ‘kleur’ als ‘cirkel’, als ‘rood’. Rood werd in de Indiaanse cultuur dus blijkbaar als iets fundamenteels beschouwd, iets wat alles in zich droeg.’ Dit is een citaat uit Kleur, een reis door de geschiedenis, Victoria Finlay, Anthos, Amsterdam, 2003.
